„Herziene Delitzschvertaling zal zichzelf moeten bewijzen”
Deze maand verscheen de herziene Delitzschvertaling van het Nieuwe Testament. „We willen de vertaling op een bescheiden manier introduceren”, aldus Johan de Jong van het deputaatschap voor Israël van de Gereformeerde Gemeenten (GG).
In de negentiende eeuw vertaalde assyrioloog Franz Delitzsch het Nieuwe Testament in het Hebreeuws. „Delitzsch baseerde zich op het Hebreeuws uit het Oude Testament. Ivriet, het moderne Hebreeuws, bestond toen nog niet. Wetenschappelijk gezien is het een knappe vertaling, die staat als een monument”, aldus De Jong, algemeen secretaris van het deputaatschap voor Israël.
Tot in de jaren zeventig werd de Delitzschvertaling door christenen in Israël breed gebruikt. Toen verscheen er een hedendaagse vertaling in het Ivriet: „Voor moderne Israëliërs is de Delitzschvertaling moeilijk leesbaar. Daarom gebruikt nu zo’n 95 procent van de Messiaanse gemeenten de moderne vertaling.”
De moderne Hebreeuwse Bijbel is volgens De Jong nogal vrij vertaald. „Ook is die gebaseerd op andere bronnen. Delitzsch baseerde zich op manuscripten van de zogeheten ”textus receptus”, net als de Statenvertalers. Een voordeel van de Delitzschvertaling is dat die een eenheid vormt met het Oude Testament.”
Initiatief herziening
In 2009 nam de Britse Trinitarian Bible Society (TBS) het initiatief om de Delitzschvertaling te herzien. Vanaf 2014 steunen de Gereformeerde Bijbelstichting, de stichting Isaac Da Costa en het deputaatschap voor Israël het herzieningsproject. De Jong: „Vanwege financiële bloedarmoede werd het project bijna gestaakt. Wij hebben toen de handen ineengeslagen en jaarlijks met een behoorlijk bedrag bijgedragen.”
Lees verder: https://www.rd.nl/artikel/1149477-herziene-delitzschvertaling-zal-zichzelf-moeten-bewijzen